|
Uit liefde,
grote liefde,
Zaterdagavond halfnegen, een hoopje enthousiastelingen verzamelt
zich aan het chiroheem van Roosbeek. De ene al wat zotter en
ervaren dan de andere over wat moet komen.
Euforie aan de inschrijvingen; onze twee ploegen zullen na
elkaar starten rond half elf. We kunnen dus samen blijven. Het
is hier in orde. De ploegen lopers die rond vijf uur waren
vertrokken komen al binnen, niet al te vuil. Het is mooi weer en
voor ieder van ons is er een polo, met een voorspelling!, verder
ook twee flessen champagne. Na de tocht moeten deze gesloten
ingeleverd worden. De inhoud mag genuttigd worden. Waarde lezer,
uw vermoeden klopt indien U denkt dat we enkel in dit laatste
zullen lukken.
Een dame met nostalgie naar de Gestapo neemt een foto van ons.
De nazi’s fotografeerden steeds de zwakzinnigen vooraleer ze hen
de ‘genade dood’ toedienden.
We tekenen de eerste twee kringetjes op de kaart. Op de oneven
genummerde posten zal een knijper hangen om het kaartje dat aan
onze pols bevestigd is te perforeren. Op de even plaatsen staat
een opdracht ons te wachten.
Buiten is er vrij een ‘death ride’ opgesteld. Eerst even die
doen. Oei, te laat. De organisatie heeft het einde ervan al
beslist. Volgend jaar moeten we eerder kunnen vertrekken.
Op naar de eerste post. De eerste champagnefles wordt ontkurkt.
En de kurk? Welja, die koos de vrijheid. Het is een betonnen
wegje. De knijper hangt aan een boom. Iedereen piercen en hop
naar post twee. De begeleidster herkent Dries en vraagt de
groeten over te brengen aan Stef. Mocht dit nog altijd niet
gebeurd zijn: “De groeten stef”. We luisteren geboeid naar de
uitleg en mogen even later letterlijk geboeid, de ‘draad van
Ariadne’ volgen. Drie en vier op de kaart markeren en weer
verder.
Terug langs de parking. Aangezien het een stertocht is en gokken
dat de parking centraal ligt laden we een deel van onze spullen
terug in de wagen. Bijgevolg is er naar gelang bevoorrading met
droge kleding, eten, plat en ander water. Aangezien schrijver
dezes ook chauffeur is, niets van dit laatste.
Naar drie eveneens een betonnen weg. Blijkbaar zijn de verhalen
over exhuberante modderspektakels overdreven. Onderweg richting
vier kruipen we door middel van een touwennet een gracht over.
De voeten zullen de eerste maal nat worden want het net hangt
bij het overlopen in het water. Ik trek vooraf mijn kousen uit.
De anderen niet, ze zijn taaier.
Bij opdracht vier wordt naar onze flessen gevraagd.
“Moesten we die bij hebben?”,
“Op meneer.”
“Niks van gezegd in het begin, enkel dicht inleveren”.
Via een plank moeten we een brug onderdoor. Joris weet van
aanpakken. Full rappel naar beneden. Plons! Dit was dus geen
begane grond maar water. En ‘shtinke’.
Vijf bevindt zich verstopt in een weggetje. We lopen er voorbij
en moeten terug.
Iedereen slaagt in het raadseltje hoofdrekenen bij zes.
Naar zeven, terug het touwennet over. Eventjes Christophe’s
vinger tapen. De jongen heeft de donderdag ervoor geklemd
gezeten tussen een doorportier.
We zijn de enigen niet die zeven niet onmiddellijk weten te
localiseren. De duiker wordt gevonden met de hulp van een andere
groep. Merci mannen.
Nog eens het touwennet over. Twee ‘Jolly Jumpers’ geven hun
‘acte-de-presence’ waarna ze terecht uitgekafferd worden door de
begeleiding. Ze moeten andere kleding aan.
Opdracht acht; een kaart met de volgende twee aanduidingen en
een knijper zijn bevestigd op een overloop in het midden van een
vijver. Iedereen kousen uit, broek opgestroopt en het water in.
Joke deelt mee niet te willen waden. Ik denk eraan te
argumenteren dat het niet veel verschil meer uitmaakt om nu net
onder of boven de knie nat te zijn. Doch iemand is me voor.
“Allez, Joke”, smeekt Dries. Ontgoocheling klinkt in zijn stem
door. Ze zwicht.
Het waden door het water valt mee. Doordat het stil staat
bedraagt de temperatuur zo een slordige stinkende vijftien
graden Celcius.
Negen bevindt zich in de gracht van een beek. In een prieel dat
zijn beste dagen heeft gekend is tien ondergebracht. Per groep
moeten twee personen een klimmuur op en wie er niet op geraakt
wordt erop getrokken. De twee anderen moeten buiten ringwerpen.
Het kapelletje, dat elf herbergt, wordt gemakkelijk gevonden.
De proef op twaalf is afgelast. Te veel ongelukken. Enkel onze
kaarten markeren.
Het vakje dertien op het kaartje aan onze pols wordt geprikt na
afdalen in een ijskelder.
Een prachtig paal-, touwen- en bandenparkoers aangevuld met een
apenbrug over een met water gevulde gracht vormt opdracht
veertien. Mooi zicht op de apenbrug. Plons! Mijn pet met lichtje
valt in het water. Onverschrokken Dave haalt ze er uit. Lichtje
functioneert nog. Dank je Dave.
Vijftien wordt gevonden aan een kruispunt en we kunnen naar
zestien. Iets met paintball, hadden we al gehoord toen we
erlangs kwamen naar andere posten. We moeten een campingcar
binnen. Een schattig meisje met twee staartjes en rode streepjes
in het gezicht legt iets uit. Terwijl ‘den tram voor mijn deur
staat’ wordt ik een rood vestje aangemeten. We moeten wachten.
Ik trek nog eens droge kousen aan. Blijkt dat ik opgejaagd wild
moet spelen en de andere drie me moeten beschermen. Twee man
vooraan in de armen gehaakt en iemand achteraan. Een begeleider
wijst ons de weg.
“Lopen!”
Ik zie nauwelijks iets door het aangedampte brilmasker, enkel de
vlammen van de vuurschotels. Ik wordt een aantal maal geraakt.
Diegene die mijn rug moet beschermen kan blijkbaar niet volgen.
Eens vallen, nog wat verder crossen, nog wat schoten op mijn
rechter dij en terug de aftandse sleurhut in. Onze andere group
mag nu. Dave is schietschijf.
Terwijl we wachten heeft Thijs een oogje gekregen voor het leuke
dametje. Hij heeft zich recht tegenover haar geplaatst en biedt
haar snoepjes aan maar ze wil niet.
“Hélà, attention, passop é”, zegt ze, terwijl ze met haar
stiftje zwaait. Hij heeft een ingeving, misschien haar snoetje
bijwerken. De vorigen zijn nogal slordig geweest. Joris en Dries
helpen even. Haar body guards kijken geamuseerd toe, ik ook.
Naar zeventien, nog een duiker.
Opdracht achttien; ‘the ultimate mud experience’. Hoedje-af voor
redders die slachtoffers moeten repatriëren in hachelijke
omstandigheden zoals in grotten of aan kliffen. Met drie moeten
we een berrie dragen. De lichtste, Dries vermoeden we, strekt
zich erop. Het is de bedoeling dat we hem onderweg niet
verliezen. Voorgeschoteld staat een parkoers van beekjes en
waterverzadigde slijk. Onder en over balken moet geklauterd
worden.
Een gids begeleidt ons vanop het droge.
“Attention, ça glisse ici”.
“Wa zegt em?”.
Plons!
“Godverdekke, kan diene ni zegge da da hie gelettig es!”.
Ons slachtoffer maant ons aan tot voorzichtigheid: “Hej, mijn
voeten mogen niet nat worden hé!”.
We moeten een schouderhoge hindernis nemen. Berrie langs één
zijde erop en dan de dragers er een voor één over terwijl de
berrie met Dries erop doorgeschoven wordt.
“Amai, Dries, ge weegt zwaarder dan ik dacht”.
Blijkt dat we met de dichtgeslagen klink van de spanner het
hekken mee aan het optillen zijn. Even terug acheruit en dan
lukt het wel. Nog vijftien meter en we zijn er. Schlopp!
Drijfzand, nee drijfmodder, met twee vooraan om aan de berrie te
sleuren. We kunnen niet meer. Onze conditie of hetgeen er nog
van overblijft laat het nog wel toe maar het is de slappe lach.
Niet opgegeven. Nog even mijn schoen uit het slijk opvissen en
we droppen Dries op de kant. De tweede groep vergaat het beter.
Ze blijken veel lichter te zijn aangezien ze niet in de modder
blijken weg te zakken. De make-up wordt bijgewerkt.
Nog even mannen, negentien en twintig doen. Het vooruitzicht van
het einde stimuleert extra en twintig is kanovaren. Helaas; op
negentien komt iemand van de organisatie meedelen dat twintig is
opgebroken vanwege het late uur. Het is zondag morgen zeven uur
ondertussen.
Aan de inschrijvingsbalie in de serre ontdoen we ons van het
kaartje rond onze pols. Naar de champagne wordt niet gevraagd.
De vrouw aan de balie ziet er moe uit.
In de wagen worden onze laatste droge spullen opgehaald. Douches
blijken er niet te zijn, enkel soepkommetjes-grote wasbakken met
stromend, op te lang getrokken thee lijkend water. Met moeite
kan het kleverig slijk van het lijf gehaald worden.
Ondertussen treedt Stef met een tas koffie binnen: “En mannen
overleefd?”.
Helaas kon hij dit jaar niet deelnemen en speelt chauffeur. Dank
U Stef (om chauffeur te spelen).
‘Den tram’ is ondertussen gepasseerd en het lukt zonder moeite
naar Roosbeek te rijden.
Geronk in de auto.
Thuisgekomen; de auto uitbaggeren, slijk van kleding en schoenen
spoelen.
Ons ma loopt langs: “En manneke, ge zij persies in de moos
gevalle?”.
De gedachten gaan naar een paar uur terug: “Ja moeder, uit
liefde, grote liefde.”.
Ragnarok 10e editie, 25-11-2006, Château de Beloeil
Technische gegevens:
|
Van |
Naar |
Proef |
Afstand (m); fout
±
20 m |
|
serre |
post 1 |
knijper |
1270 |
|
post 1 |
post 2 |
gehandboeid ‘Draad van Ariadne’ |
1300 |
|
post 2 |
post 3 |
knijper |
1450 |
|
post 3 |
post 4 |
via plank onder de brug door |
2250 |
|
post 4 |
post 5 |
knijper |
410 |
|
post 5 |
post 6 |
hoofdrekenraadsel |
730 |
|
post 6 |
post 7 |
knijper |
690 |
|
post 7 |
post 8 |
de vijver in om op de overloop de volgende posities op je
kaart aan te kunnen duiden |
530 |
|
post 8 |
post 9 |
knijper |
1600 |
|
post 9 |
post 10 |
2 pers. muurklimmen en 2 pers. ringwerpen |
890 |
|
post 10 |
post 11 |
knijper |
1020 |
|
post 11 |
post 12 |
geannuleerde proef |
680 |
|
post 12 |
post 13 |
knijper in de ijskelder |
460 |
|
post 13 |
post 14 |
paal-touwen-banden-piste met apenbrug |
950 |
|
post 14 |
post 15 |
knijper |
1160 |
|
post 15 |
post 16 |
paintball: 3 lijfwachten en een president |
750 |
|
post 16 |
post 17 |
knijper |
1010 |
|
post 17 |
post 18 |
draagberrie-cross |
730 |
|
post 18 |
post 19 |
knijper |
990 |
|
post 19 |
serre |
|
1030 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal: |
(19900
±
100)m |
Post 20 was kanovaren. Wegens het laattijdige uur was de proef
reeds opgebroken en bij gevolg moeten we zorgen dat we volgend
jaar eerder kunnen vertrekken.
Van uw reporter,
Dirk Devroey
|